Omer Karel De Laey,  eigenlijk Audomarus Carolus Desiderius werd geboren te Hooglede , nl op de Geete op 18 september 1876. De Geete - parochie St Jozef - is een klein landelijk gehucht van Hooglede, halfweg tussen Staden en Kortemark. Daar woonde de familie De Laey als welstellende hereboeren. Vader De Laey was daarbij nog burgemeester van Hooglede en Schrijver van "Geschiedkundige Aantekeningen over Hooghlede".

     Omer Karel De Laey werd geboren, als oudste van vier kinderen. Van in zijn prille jeugd werd Omer Karel geplaagd door een zeer broze gezondheid. Hij had een zwak hart en leed onder chronische jichtaanvallen, die hem zowel tijdens zijn lager en middelbaar onderwijs als in de loop van zijn universitaire studies ertoe dwongen soms gedurende maanden thuis te blijven.

   Zijn zwakke gezondheid, van jongsaf aan, was er niet vreemd aan dat hij zich een scherpe opmerkingsgeest en een kritische kijk op zijn nabije en verdere omgeving eigen maakte Na de lagere school in zijn geboorte dorp gevolgd  te hebben, liet hij zich in 1890 inschrijven in het Klein Semenarie te Roeselare om er de Grieks-Latijnse humaniora aan te vatten.

Ondanks het studentikoze tumult van de "Groote Stooringe" in 1875 werd in het Klein Semeninarie de opleiding grotendeels verder in het Frans gegeven. Doch het famingantisch vuur bleef smeulen en de gloed ervan zou ook het leven van Omer Karel doorstralen.
Zijn literaire talenten ontdoken tijdens de hogere humaniorajaren, waartrouwens ook zijn aanleg voor positieve wetenschappen zoals wis- en natuurkunde aan het licht kwam. Omer Karel koos voor de rechtenstudies, maar terzelfder tijd ook voor het beoefenen van de letterkunde.

      In 1895 begon hij zijn hogere studies aan de katholieke Universiteit te Leuven.

    
     


Omer Karel De Laey

Bibliografie :
* Ook verzen  (1902 poëzie)
* Van te lande (1903 poëzie)
* Flandria Illustra (1905, poëzie)
* Bespiegelingen (1907, poëzie)
* Falco (1907, Toneel)
* Hardenburg (1907, Toneel)

*  "Omer K.de Laey", Jonkheere Karel 1976 Antwerpen
*  "Poetisch Erfdeel der Nederlanden Omer Karel Delaey Landelijk Leven" , Vlaamse Pockets 1977
* "Omer Karel Delaey Een eeuw later", André De Tavernier Oud Heverlee 1996
* "Het werk van Omer Karel de Laey", Vliebergh E en Persyn 1941
* " Honderd jaar geleden geboren. Omer Karel de Laey 1876-1909" Cornette Leupe in: VlaamseStam jg 12 nr 10 okt 1976 p 531-534.
In 1898 werd hij licenciaat in de geschied- zedenkundige wetenschappen en in 1900 doctor in de rechten aan de Universiteit van Leuven. Werd zijn advocatencarrière weinig belangerijk zijn literaire werkzaamheden waren het des te meer. In ontelbare tijdschriftenartikels - vooral in Hoger Leven - Dietsche Warande en Belfort  liet hij zich kennen als een zeer belezen man, een intellectueel met een eigen klare kijk op vele problemen, toestanden, gebeurtenissen, kunstvormen, enz. Hij werd stagiair bij een Leuvens advocaat , Meester Veltkamp en volgde enkele cursussen Consulaire wetenschappen en Spaans.

     In 1902 publiceerde hij zijn eerste gedichtenbundel "Ook Verzen".  Een tijdje later liet hij zich inschrijven aan de balie te Antwerpen, waar hij zich onder meer wijdde aan een vergelijkende studie tussen het Belgische en het Congolees recht.  Zijn tweede bundel "Van te Lande" verscheen in 1903. Zijn hartkwaal dwong hem af te zien van een drukke advocaten praktijk en liet zich pro forma inschrijven aan de balie te Brugge.

      De Gedichten van De Laey zijn kernachtig en vinnig geschreven op pittoreske en archaïsche motieven, naar Latijnsmodel. Dit komt wel het meest tot uiting in "Flandria illustra" uit 1905. Hij schreef ook de historische toneelstukken "Falco" en "Hardenburg", beiden gepubliceerd in 1907, en werkte mee aan verschillende literaire tijdschriften.

     Ondermijnd door zijn ziekte stierf Omer-Karel De Laey te Hooglede op 16 december 1909, amper 33 jaar oud
Als overtuigd kristen mens wilde hij voor iedereen zijn plaats op aarde en zijn deel van de welvaart. Deze politiek lag lag hem nauw aan het hart. De "andere" politiek sprak hem weinig aan, evenmin als de gemeentepolitiek, waar enkele van zijn voorouders toch meer dan normale belangstelling voor hadden.

       Bekend werd hij vooral door zijn verzen. gevoelspoëzie moet je echter bij hem weinig zoeken. Meestal beschouwde hij het toch maar als "nazang van andermans inspiratie,....  opgwarmde kost,.... navolging van navolging, ..... (uit zijn brieven)

        Bij hem vinden we "juist het tegenovergestelde van 't geen sommige definitiemannen aan de poëzie hebben opgelegd: in plaats van om de dingen dichterlijke waas te doen, stroopt De Laey er al het dichterlijke af tot hij in zijn ijver naar oprechtheid u de naakte waarheid ten toon stellen kan". (Verzameld werk, inleiding). Met rijke woordenschat in rake zinnen typeerde hij de smid, ne roibaard ip 'n wisse, den boever op zijn koetse, de schutters, de koeien round de waterpit, en vele kleine dingen van te lande. Ook satirisch talent bezat hij. Slachtoffers werden vooral de politici, de academie voor Letteren, de critici, de franskiljonse principaals, zelf de kosters.

DE BEDELAAR

Voor de kerke, met ‘n langen
paternoster, in z'n hand,
is ‘n blinde bedelaar ge-
zeten, op ‘n hoopje zand.

Z'n gekrulde grijze lokken
vlotten, lijk gezwingeld vlas,
uit z'n mutse neder, op den
krage van z'n winterjas.

Langs hem ligt ‘n waterhond te
slapen, die van tijd tot tijd,
wakker schiet, en met z'n witte
tanden naar de vlooien bijt.

De oogen van den blinde, in hunne
diepe holten, hangen stil
en verdoofd, gelijk de glazen
van ‘n natbedoomden bril.

Halve dagen blijft hij daar ge-
zeten lijk ‘n wassen beeld,
en hij luistert naar den wind, die
met z'n grijze lokken speelt.

En de winter, die de koude
grimmig uit het oosten zendt,
rimpelt ‘t grauwe vel van z'n ver-
droogden kop, lijk perkament.

O.K.De Laey
uit "Van te Lande" 1903



Kwartierstaat Omer Karel Delaey

Gedichten van O.K.Delaey